dinsdag 16 maart 2010

• Achtergrond

Gesteggel over steun Iraanse media

Donderdag 28 juni 2007 | Goran Baba Ali

Vandaag spreekt de Tweede Kamer in commissie over de voortzetting van het mediaprogramma voor Iran. Er is een discussie ontstaan over de wenselijkheid van deze gelden. De Nederlandse overheidssteun zou de onderdrukking van Iraanse activisten bevorderen. Complicerende factor voor het mediaprogramma: in Iran ben je journalist én activist.

beeld/2007/06/Elmer_Spaargaren.jpg - Iraanse journalist in NL

De Nederlandse mediaprojecten brengen Iraanse activisten in gevaar, was de conclusie van Iran-correspondent Thomas Erdbrink in een artikel in NRC Handelsblad op 26 mei jl. De directeur van Press Now, Wilco de Jonge, verbaast zich over dit eenzijdige beeld. Press Now is een organisatie die de onafhankelijke media in conflictgebieden ondersteunt. Ze heeft sinds vorig jaar twee journalistieke trainingen in Teheran gegeven. “Wij herkenen het beeld niet. Er zijn ook veel Iraniërs die ons juist met klem vragen met ons werk door te gaan.” Er zijn inderdaad mensen in Iran gearresteerd, maar dit is niet te relateren aan projecten van Press Now, stelt De Jonge. “Mensen die bij onze trainingen betrokken zijn geweest, zijn niet in problemen geraakt.” Na de evaluatie was het volgens De Jonge duidelijk dat ze door konden gaan met de trainingen. Er is ook een verzoek vanuit Iran gekomen om terug te keren voor een on-the-job-training.

Achtergrond
Op initiatief van Tweede Kamerlid Hans van Baalen (VVD) en toenmalig Tweede Kamerlid Farah Karimi (GroenLinks) maakte Nederland eind 2004 15 miljoen euro vrij voor een Iraanse satellietzender. Het lukte niet om de zender op te zetten en het geld ging naar verschillende organisaties om Iraanse journalisten te trainen, in Iran zelf of in buurlanden.


De conservatieven in Iran raakten echter bijzonder ontstemd toen de Amerikaanse organisatie Freedom House op haar website bekend maakte dat ze geld van de Nederlandse staat had ontvangen om een internetmagazine op te zetten. De ondersteuning die de Nederlandse overheid bood ter bevordering van de persvrijheid kwam daardoor in een kwaad daglicht te staan. Activisten die subsidie van Nederlandse organisaties hadden gekregen,  zijn gearresteerd, NGO’s gesloten, projecten stopgezet, zelfs HIVOS-initiatieven. En journalisten die voor mediatrainingen naar het buitenland wilden reizen,werden aangehouden.

Ondiplomatiek optreden

De Nederlandse hulp lijkt dus averechts te werken. En de aanzet voor deze arrestaties zou de Tweede Kamer, onbedoeld, hebben gegeven, zegt Erdbrink. Het vrijmaken van een tweede stroom geld voor mediaprojecten in Iran zou de activisten nog meer in gevaar brengen. Mensenrechtenactivisten moeten de prijs voor het ‘ondiplomatieke optreden’ van Van Baalen betalen, die zelfs verklaarde met het geld een regime change na te streven – terwijl hij zelf in Den Haag geen gevaar loopt, aldus het commentaar van NRC op 31 mei jl. Van Baalen is het daar niet mee eens. “Wie voor vrijheid en democratie opkomt, loopt in Iran gevaar. Dat heeft niets met al dan niet diplomatiek optreden te maken. Het enige alternatief is het regime geen strobreed in de weg leggen en dat is, mijns inziens, geen optie.” Democratisering via een vrije pers zou de kans op een conflict tussen Iran en de internationale gemeenschap doen afnemen, denkt Van Baalen. “En ik ben ervan overtuigd dat de gemiddelde Iraniër geen militaire nucleaire avonturen wil.” Een vrije pers en democratisering in Iran zijn volgens hem in het voordeel van de Iraniërs én van de internationale gemeenschap.

 

Farhad Golyardi, publicist en zelf van Iraanse afkomst, verwelkomt het geld. Hij pleit wel voor openheid tegenover Iran. “Om tafel gaan zitten met de Iraniërs en duidelijk maken waar je voor komt en wat je gaat doen. Anders ben je een soort indringer.” De aanpak moet anders, stelt hij. Men hoeft het niet zo openlijk over gevoelige onderwerpen als democratisering, mensenrechten of stichten van een rechtstaat te hebben. Overleg met de Iraanse regering? Daar kan geen sprake van zijn, zegt Van Baalen. “Wanneer Nederland op het gebied van het mediaprogramma met Teheran gaat samenwerken, dan wordt dat programma een wassen neus.” Maar voor De Jonge geldt het tegendeel. “Onze ervaring is dat als je open bent over je bedoelingen en uitlegt waarom je naar Iran komt, je gewoon verder kunt gaan met je projecten." 

Journalist én activist

De Jonge van Press Now vindt dat er per project moet worden geoordeeld. “Wij verschillen van de politiek en proberen voortdurend die verschillen te benadrukken. Wij zijn niet uit op een regime change, maar op toegang tot onafhankelijke informatie voor de Iraanse bevolking en op verbetering van de kwaliteit van de Iraanse journalistiek."
Volgens Judit Neurink, Trouw-redacteur en één van de trainers voor Press Now in Teheran, presenteert met name het NRC de kwestie op een eenzijdige manier. “Het verhaal is ingewikkelder. Journalisten in Iran zijn activisten. Zij calculeren in dat je opgepakt kan worden. Zij weten welke risico’s ze lopen.” Elke keer maakt Neurink een nieuwe afweging. “Maar dan zeggen ze tegen me: ‘Als we niet gesteund worden, raken we hier in isolement. Dan hebben de hardliners hun zin gekregen.’” Of ze nog een visum krijgt voor de volgende training is onzeker. “Met alles wat nu ingezet is, met de publicaties in NRC, is het allemaal onzeker geworden. Het maakt het moeilijker.” Ze voegt toe: “En wat alles nog onduidelijker maakt, is dat Iran zelf de projecten niet afwijst.”

 

 

 

 

 Foto: Elmer Spaargaren (Iraanse journalisten op bezoek bij de Wereldomroep)

Bron: Wereldjournalisten

Plaats een reactie


Maximaal 400 tekens, 400 tekens over.

• Recente artikelen

exPonto
Download nu gratis ex Ponto Magazine. www.exponto.nl
exPonto
De site voor vluchtelingen die willen deelnemen aan het publieke debat, of de berichtgeving in de media willen beïnvloeden. www.vluchtelingen.net

Perslink

Gebruikersnaam
Wachtwoord