Woensdag 22 augustus 2007 | Redactie Wereldjournalisten | Reacties: 3
Het onderzoek werd verricht onder 650 Rotterdamse Marokkanen in alle leeftijdsgroepen en is gelijkelijk verdeeld onder mannen en vrouwen. In 88 van de voorvallen gaat het om het uitsluiten van iemand van een goed of dienst, of omat de regels anders zijn toegepast vanwege afkomst of geloof. 43 Keer betreft het een vijandige bejegening; mensen zijn uitgescholden, beledigd of bespot. In 9 voorbeelden is er sprake van geweld, in 4 van bedreigingen (de laatste 8 zijn niet in een categorie onder te brengen).
Marokkaanse Rotterdammers voelen zich onbeschermd tegen discriminatie omdat die vaak lastig te bewijzen is. Discriminatie zit volgens hen in grote en kleine dingen. Soms uit het zich in rauwe confrontaties met afwijzingen of geweld als gevolg van discriminatie. Maar het is ook de dagelijkse confrontatie met denigrerende blikken en opmerkingen van mensen, negatieve berichtgeving en een scherp publiek en politiek klimaat.
55 Procent van de ondervraagden van boven de 16 jaar hadden in een periode van een jaar wel een gevoel van discrminatie ervaren. Geëxtrapoleerd op de Marokkaans Rotterdamse bevolking betekent dit dat ruim 11.000 Rotterdamse Marokkanen in een jaar een dergelijk gevoel hebben.De geïnterviewden constateren dat discriminatie weliswaar bij wet is verboden, maar in de praktijk meestal straffeloos blijft.
Verreweg de meeste gevallen van discriminatie hebben betrekking op situaties op de arbeidsmarkt (57), gevolgd door straatsituaties (20), onderwijs en politie vreemdelingendienst (beide 11 maal), huisvesting en de buurt (beide 10). Tijdens sollicitaties worden bijvoorbeeld niet relevante vragen gesteld over levens- of politieke overtuiging, ook al gaat het bij wijze van spreken over een bijbaantje als vakkenvuller. Of een Marokkaanse loodgieter wordt door een klant pas binnengelaten nadat de vrouw des huizes met zijn baas heeft gebeld. In contacten met de politie gaat het bijvoorbeeld om het te pas en te onpas mensen wegsturen vanwege samenscholingsverboden. Vooral moslima's en jongeren vertellen over discriminatie. Vrouwen krijgen vooral moeilijker toegang tot scholen, stages en/of werkplekken vanwege het dragen van een hoofddoek. Door de hoofddoek zijn ze ook een makkelijk herkenbaar onderwerp van belediging of bedreiging op straat.
Juist voor jongeren, die de taal spreken, een opleiding volgen en over stage- en werkervaring beschikken, is het moeilijk als hun individuele kwaliteiten het afleggen tegen negatieve beeldvorming over de hele groep. De zogeheten integratieparadox - dat vooral de goed geïntegreerde Marokkaanse Rotterdammers zich bij afwijzing het sterkst gediscrimineerd voelen - is van toepassing op hen.
Marokkaanse Rotterdammers brengen gradaties aan in de ernst van de discriminatie-ervaringen. Discriminatie die de intellectuele ontwikkeling en de economische zelfstandigheid aantast wordt als kwalijker ervaren dan bijvoorbeeld discriminatie in de vrije tijd. Wie er discrimineert is eveneens van belang.Discriminatie door een overheid wordt veel hoger opgenomen dan ongelijke behandeling door een burger. De overheid wordt dit zwaarder aangerekend omdat ze van de overheid juist een actief optreden tegen discriminatie verwachten.
Deze dagelijkse realiteit leidt beperkt tot slachtoffergedrag onder Marokkaanse Rotterdammers. Zij wijten discriminatie vooral aan onwetendheid. Om te voorkomen dat ze daar de dupe van worden, solliciteren sommige Marokkaanse Rotterdammers heel gericht bij ondernemers uit eigen etnische kring of andere werkgevers die onder Marokkaanse Rotterdammers een goede reputatie hebben.
Op dezelfde manier mijden jonge moslima´s scholen die moeilijk doen over een hoofddoek. Zij optimaliseren hun positie door de kans op discriminatie te minimaliseren. Volgens Godfried Engbersen, hoogleraar Sociologie aan de Erasmus Universiteit en voorzitter van de begeleidingscommissie van het onderzoek, leidt de al dan niet veronderstelde discriminatie op deze wijze al snel tot versterkte segregatie.
Discriminatie in Nederland is een feit. Dit blijkt ook uit een onderzoek van Aljazeera vorige jaar.Wat belangrijk is? Is hoe gaan wij hiermee om? De antwoord op deze vraag hangt af van wie, hoe, waar em in welke mate het gebeurd. Het ergst is dat wij door meerder bevolkingsgroepen worden gediscrimineerd. ( wordt vervolgd)
Om in Nederland goed te functioneren in een baan heb je minimaal een bepaalde mentaliteit en sociale vaardigheden nodig, en dat ontbreekt helaas vaak bij de jongere Marokkanen en Turken. En vooroordelen, die heeft en krijgt iedereen uit ervaring. Om dat nu discriminatie te noemen vind ik te ver gaan.
Is die discriminatie zo verwonderlijk ? Neem jongere Marokkanen of Turken aan , die altijd gewend zijn in groepjes te opereren. Als er sores komt ,ruzie of diefstal , dan komen ze ,,en groupe ,, verhaal halen .! En daar houd ik en meer normale mensen niet zo van !