Vrijdag 04 december 2009 | Arjan Schuiling
In heel Nederland nemen de criminaliteitscijfers af maar de afname onder de groep van Antilliaanse Nederlanders ligt boven het gemiddelde. Dat blijkt uit cijfers die minister Eberhard van der Laan van Wonen, Wijken en Integratie (WWI) aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.
Achterstand Antillianen
Van de naar schatting 130.000 Antillianen die in Nederland wonen werd in 2004 in 9228 gevallen proces-verbaal opgemaakt tegen verdachten van 12 jaar of ouder. Vijf jaar later, in 2008, is dat aantal gezakt naar 8271 verdachten maar dat is nog altijd 7,8% van de Antilliaans Nederlandse bevolking en daarmee is volgens het kabinet nog altijd sprake van een oververtegenwoordiging van Antilliaanse Nederlanders in de misdaadstatistieken. Omdat ook de werkloosheid (9,7% in 2008) en de voortijdige schooluitval (jaarlijks zo’n 1200 in voortgezet onderwijs en mbo) onder Antilliaanse Nederlanders hoger ligt is volgens minister van der Laan een speciaal op hen gerichte aanpak nodig.
Jaarlijks krijgen 22 zogenaamde Antillianengemeenten een kleine 4,5 miljoen euro te verdelen om de problemen binnen hun Antilliaanse gemeenschap aan te pakken. De gemeente Rotterdam strijkt ongeveer een kwart van die gelden op en alle gemeenten moeten voor het eind van dit jaar aangeven hoe zij de situatie van de Antilliaanse Nederlanders binnen hun gemeente willen verbeteren.
Motie verworpen met steun van rechts
De Tweede Kamer verwierp overigens met een ruime meerderheid een motie
van de SP en GroenLinks om dat bedrag plus het bedrag uitgetrokken voor Marokkaans Nederlandse probleemjongeren niet langer te steken in allerlei losse en kortdurende projecten voor deze risicojongeren, maar daarvoor extra jongerenwerkers, buurtagenten en reclasseringsmedewerkers aan te stellen. Opmerkelijk genoeg stemden de VVD, PVV en Trots op Nederland tegen de motie.
In de analyse van het kabinet zijn er verschillende oorzaken aan te wijzen voor het feit dat de Antilliaanse Nederlanders slecht scoren in misdaad-, werkloosheids-, en schooluitvalstatistieken. Er is naar verhouding veel sprake van instabiele gezinnen, armoede, tienerzwangerschappen, lage opleiding, onvoldoende taalbeheersing en schulden. Of die opsomming nog niet genoeg is voegde de ChristenUnie-politica Cynthia Ortega Martijn daar nog aan toe dat in relatief veel Antilliaanse gezinnen sprake is van incest.
Nederlandse taal
Minister van der Laan keek daarvan op maar erkende ook ruiterlijk dat hij was verrast door andere zaken die spelen binnen de Antilliaanse gemeenschap. Hij was afgelopen vrijdag op bezoek bij het Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCAN) en begreep toen eigenlijk pas dat de meeste Antillianen nauwelijks Nederlands spreken als ze hier naartoe komen. De groep valt ook niet onder de inburgeringsplichtigen maar de minister wil dat de Antilliaanse Nederlanders in de toekomst veel vaker worden verleid om toch aan zo’n cursus deel te nemen.
Criminelen 'terugsturen'
Tijdens het Kameroverleg deed CDA-politica Miriam Sterk het voorstel dat Antilliaanse criminelen die afkomstig zijn van één van de zogenaamde BES-eilanden
(Bonaire, Sint-Eustatius en Saba) daar hun straf uitzitten zodat ze na hun vrijlating kunnen worden opgevangen binnen hun familie of sociale structuur. Het voorstel werd omarmd door de PVV die daaraan wil vastkoppelen dat zulke criminelen dan ook niet meer kunnen terugkeren naar Nederland.
Minister Van der Laan ziet dat niet zo gauw voor zich want het is de bedoeling dat de BES-eilanden per 10 oktober 2010 (10-10-10) als ‘openbare lichamen’ binnen het Koninkrijk Nederland blijven bestaan en daarbinnen kan iedereen vrij rondreizen. Bovendien sluit de minister niet uit dat voor sommige verdachten de sociale structuur zich binnen Nederland bevindt. In het algemeen kijkt Justitie, bijvoorbeeld met het oog op eventuele bezoekers, wel waar een gedetineerde het beste kan worden geplaatst.
Samenwerking met Antilliaanse gemeenschap
De kabinetsbrief volgt op een rapport van de Taskforce Antilliaanse Nederlanders. Het OCaN, het overlegorgaan Caribische Nederlanders, is teleurgesteld dat een aantal aanbevelingen van die Taskforce niet zijn overgenomen. Zo zou per gemeente moeten worden vastgesteld hoe groot de problemen en de verdeelsleutel van het rijksgeld zou daarop moeten worden gebaseerd. De gemeentelijke plannen moeten worden opgesteld in
samenwerking met de lokale Antilliaanse gemeenschappen maar dat is volgens de OCaN niet dwingend genoeg voorgeschreven en hetzelfde geldt voor de interculturaliserisatie van gemeentelijke instellingen.
Wat betreft het OCaN mist ‘gezondheid’ als belangrijk aandachtspunt in de kabinetsbrief. Ten slotte vindt het OCaN dat het kabinet moet inzetten op financiering voor een flink aantal jaren en dat het niet vanaf 2014 de geldkraan moet dichtdraaien. Van der Laan zei tijdens het overleg echter dat ‘als iedereen zijn werk goed doet’ er vanaf 2014 geen rijksgeld meer naar de Antillianengemeenten hoeft.
Op Curaçao
DP-leider Norbert George op Curaçao, stelde aan de vooravond van het Tweedekamerdebat in het Antilliaans Dagblad dat ‘probleemjongeren ook ons probleem zijn’. George: 'Wijziging van het huidige beleid en deaanpak is van doorslaggevend belang. Politiek moet werken. Curaçaose probleemjongeren zijn ons probleem. Verbetering van hun perspectief is een verbetering van het perspectief van Curaçao, en daarmee van ons allemaal.' Hij vraagt in dat verband ook meer aandacht voor het slechte onderwijs op het eiland.