Zondag 31 januari 2010 | Lena Sangin | Reacties: 3
Het nieuws dat onze buurvrouw Mariëlle van een kind was bevallen, was voor mij op zich geen nieuws. Ik wist allang dat zij zwanger was. Toch bevatten alle berichten over haar bevalling iets raars, om preciezer te zijn, iets mysterieus. Ik zag de mensen om mij heen met elkaar smiespelen. Het was heel irritant om zo’n atmosfeer te voelen, waar geruchten hangen die je niet kunt vangen, tenminste niet met je oren. Want gelukkig heb ik andere, zeer goed ontwikkelde zintuigen.
Roddels
Ogen bijvoorbeeld. Daarmee zag ik dat de gezichten er anders uitzagen dan bij andere feestelijke gelegenheden. Ze toonden wat verward. In de ogen van diegenen die met elkaar smoesden zag ik zorg, zo niet gewoon angst. Ik werd boos op mijn buren die over Mariëlle roddelden. Hun roddels schreef ik toe aan haar burgerlijke staat. Mariëlle was namelijk niet getrouwd, maar had ook geen vriend en woonde alleen. Ik vermoedde dat de oorzaak van de roddels hierin lag en wilde mijn buurvrouw tegen alle roddels beschermen door al mijn
gesprekjes over Mariëlle uitsluitend op de baby te richten. Is het gezond? Hoeveel weegt het? Wat voor voeding krijgt het?
Maar juist mijn pogingen om de nieuwsgierigheid van iedereen op de kersverse baby te laten focussen, veroorzaakten een fiasco in de communicatie. Sterker nog, de buren keken mij aan alsof ik een zeldzaam roofdier was uit een dierentuin. Waarom? Omdat ik over de mysterieuze vader van Mariëlle’s kind niet wilde roddelen? Of was er iets anders aan de hand? Ik heb immers Mariëlle sinds haar bevalling niet meer gezien. En ondanks dat zij al 3 weken geleden bevallen is, heb ik nog geen kaartje ontvangen zoals gebruikelijk is hier in Nederland.
Het slechte oog
IK wilde nu ook, zoals het in mijn cultuur gebruikelijk is, 40 dagen wachten om haar te bezoeken. In mijn geboorteland (Azerbeidjan) wacht men zoveel dagen, omdat het kind in deze periode nog weinig immuniteit tegen het 'slechte oog' van bezoekers zou hebben ontwikkeld. Pas na 40 dagen is de baby sterk genoeg om voor vreemde ogen te verschijnen. Als er iemand in die periode van 40 dagen toch toevallig aan de deur staat, dan loopt de moeder eerst met haar kind naar de voordeur, de bezoeker treedt dan eerst verder naar binnen en de moeder met de kleine loopt vervolgens achter de bezoeker aan. Op die manier, zo is de gedachte, blijft de baby beschermd tegen slechte aura.
Omdat Mariëlle al een tijdje niet naar buitenkomt, moest ik een middel vinden om haar te zien. Dus belde ik haar om te vragen of ik haar kon bezoeken en of ze mij samen met haar kleintje voor de deur wil ontvangen, het was immers nog binnen de 40 dagen. Maar, volgens mij, heeft Mariëlle weinig begrepen van mijn uitleg. In ieder geval kreeg ik van haar toestemming om haar baby thuis te zien. Zij woont boven mij in het portiek.
Maarten slaapt
Nadat ik een leuk knuffeltje voor de baby en zoetigheden voor de moeder had gekocht, was ik klaar voor mijn bezoek. Ik klop op haar deur omdat het geluid van de bel slecht zou zijn voor de oren van de baby. Mariëlle opent de deur, maar zonder het kindje in haar armen! Op mijn vraag, waar de baby is, zegt ze fluisterend: 'Maarten slaapt.' De baby heet dus Maarten begreep ik.
Nu, ik feliciteer de gelukkige moeder van 40 jaar met haar eerste kind dat voortaan haar alleenstaand leven minder eenzaam zal maken. Ze biedt me iets te drinken aan. In de kamer staan computers en ze staan allemaal aan. Ik begrijp dat Mariëlle aan het chatten is en verontschuldig mij dat ik haar gestoord heb. Hoewel het duidelijk is dat ze een van degenen is die verslaafd is aan de computer. Wij zien haar immers amper buiten en voor zover ik weet, werkt Mariëlle niet.
Op de andere computer zie ik een gezicht van een man verschijnen. 'Haar vriend, de vader', trek ik onmiddellijk als conclusie. Als antwoord op mijn gedachte zegt Mariëlle: ‘Dit is Xander, mijn vriend, de vader van Maarten’ en ze schrijft hem snel iets. Ik zie haar handen bijna niet, zo bliksemsnel typt zij. Mariëlle en de man op de computer lachen beiden.
Babygehuil
Het is duidelijk op een gegeven moment dat ze vergeten is dat ze bezoek heeft. Ik drink mijn koude thee en kijk rond. Er is geen enkele foto van Maarten of van iemand dan ook te bekennen. De woonkamer lijkt op een kosmische kantoorruimte: wit geschilderd, glazen meubels, spiegels. Overal zie ik computers, games, snoeren, dingen met allerlei knopjes. De sfeer was ongewoon voor mij en ik kromp ineen van het kille gevoel dat langzaam over mij heen kwam.
Opeens hoorde ik babygehuil uit de slaapkamer. Opgelucht stond ik op, nu is het tijd om de baby te zien en weg te zijn hier. Snel naar mijn eigen woning, naar mijn bank met de zachte bruine plaid, naar mijn slofjes die op het vlekkerige tapijt op mij wachten, naar mijn boek dat ik vandaag begonnen was te lezen.
Mariëlle maakte haar geschrijf af. Ik vroeg me af waarom ze niet gewoon met een microfoon converseerde.
Wij bevonden ons in de slaapkamer van de baby. Ik zocht automatisch een babybed met allerlei kleurig speelgoed erin. Maar niets. Er is geen gewoon babynestje te herkennen. Overal wit, glas en computerachtige dozen. Op de witte tafel stond een mooie witte computer met een baby op het scherm. Het zag er anders uit dan een gewoon kindje. Het keek naar jou vanaf het scherm direct in je ogen, bewoog zich en uitte wat klanken. 'Dat is Maarten!', zei Mariëlle. 'Het is tijd om hem te eten te geven'. Mijn buurvrouw nam een klein doosje dat op een afstandsbediening leek en begon de baby te 'voeden'. De wangen van Maarten op het scherm werden roze, hij begon duidelijk vrolijk te worden. Via de toetsen op de afstandsbediening deed Mariëlle alles wat een baby van 3 weken nodig had.
Ik sta bekend in mijn vriendenkring als iemand met een tactvolle, stressbeheersende, kalmte in een kritische situatie. Maar hier, bij de netgeboren baby van mijn buurvrouw van een etage boven, kon ik mijn verwondering niet verbergen. Het knuffeltje dat ik voor hem had meegebracht, viel op de vloer. Ik keek versteend naar deze moeder en zoon en wist niet hoe ik
mij moest gedragen. ‘Hij is lief toch?’, vroeg Mariëlle mij. ‘Het is lief, ja lief’, zei ik automatisch.
Ik weet niet hoe ik weer buiten verzeild raakte. Er was niemand buiten. Het was leeg: de straat was leeg, het kinderplein was leeg, de banken waren leeg. En daar, daar achter de muren in de lege straat zitten mensen met computers te praten, met computers relaties te hebben, met computers te trouwen en van computers te bevallen. Aan het bevallen van nieuwe kinderen, de nieuwe generatie, onze toekomst.
Als iemand tegen mij 20 jaar geleden zou zeggen dat ik ooit in een klein mobieltje naar Matrix movie kan kijken zou ik hard lachen, we zijn nu in 2010 en ik heb gemerkt dat mobieltjes meer te bieden hebben dan tv,radio, nu nog internet. Na Lena's verhaal zitik te twijfelen of dit niet ooit echt gebeurt, misschien in 2070?
Ha,ha,ha. Ik erken ook mijn kennis die verslaafd is. Groet,Joke
Een zeer actueel onderwerp en verwonderlijk goed geschreven.Het begint steeds meer op proza te lijken. Alle verhalen van Lena zouden gebundeld moeten worden en uitgegeven. Hier kunnen vele lezers en lezeressen genoegen aan beleven. Benieuwd naar het volgende stuk.