Donderdag 07 oktober 2010 | Sahar Jahish | Reacties: 5
David van Reybrouck en Ian Buruma, de Nederlandse sinoloog en publicist, spraken onder leiding van Bas Heijne over thema’s als identiteit en populisme. Het debat werd georganiseerd door het Centrum van Humanity in Utrecht. Nederland is baanbrekend wanneer het gaat om het gebruiken van angst in politieke programma’s, stelt Buruma. Fortuyn is ermee begonnen door de volksgevoelens te gebruiken om op te komen voor homorechten, legt hij uit, maar populisme heeft altijd bestaan in Nederland. De politiek heeft daar ook ruimte voor geboden. ‘Het huidige politieke klimaat is een reactie op de gematigde politiek die de laatste jaren in Nederland bedreven werd. En het fenomeen Geert Wilders is een reactie op de elite. Die predikte een progressiviteit waar iedereen profijt van heeft, maar er is een zekere neerbuigendheid naar de minderbedeelden toe.' Buruma vervolgt: 'Wat ik wel frappant vond is dat toen Wilders zijn verkiezingszege behaalde mensen riepen dat Nederland haar onschuld is verloren. Maar als we naar de geschiedenis kijken, is Nederland nooit onschuldig geweest.’ Van Reybrouck is het met deze constatering eens. ‘Er is nooit een harmonieus Nederland geweest. Sociale spanningen en racisme waren er altijd al. Het is alleen zo dat Nederlanders een positief zelfbeeld hebben.’ Heijne: ‘We zijn een tikje nationalistischer dan we denken.’ Van Reybrouck stelt dat Nederland een ‘next level’ heeft bereikt door de aangewakkerde angstgevoelens voor 'de ander' . ‘Nederland kent een lange geschiedenis van nationalisme. Er is altijd een wij-gevoel geweest. Niet zozeer gedefinieerd vanuit een wij-zij perspectief. En dat het nu een volgend stadium heeft bereikt, komt door angst.’
Nationale identiteit
Buruma kan zich vinden in Van Reybroucks redenering. De nationale identiteit is nu zelfs veel sterker aanwezig dan de regionale of religieuze. ‘Dit heeft geleid tot een crisis. Maar dit proces is niet typerend voor Nederland. Deze beweging is overal aanwezig. Neem de Teaparty beweging in Amerika of de verkiezingsuitslag in Denemarken. Alleen de vormen, symbolen en incidenten zijn anders.’
De reden om de nationale identiteit zo sterk te willen benadrukken, is de aanwezigheid van de migranten in Nederland, aldus Buruma. Migranten worden als een bedreiging gezien. Met name de islam baart mensen zorgen. ‘Nu de immigranten zijn gekomen met hun cultuur en religie denken veel mensen en politici dat we de strijd die we jarenlang gevoerd hebben bijvoorbeeld om mannen en vrouwen gelijke rechten te geven, opnieuw moeten voeren.’
Jezelf bekritiseren is anders
Van Reybrouck: ‘Ook in Vlaanderen heerst er islamofobie. Vroeger streden we
tegen de rijke, machtige katholieke kerk. Nu voeren we de strijd tegen de islam. Maar er zijn verschillen. Islam is in tegenstelling tot de katholieke kerk een geloof van arme mensen. Daarnaast moeten we er ons van bewust zijn dat vloeken in een kerk anders is dan vloeken in een moskee. Het katholieke geloof was iets van onszelf en jezelf bekritiseren is anders. Vaak wordt er over islam gesproken door mensen die er niet eens verstand van hebben.’ Buruma vult aan: ‘De twee steden waar de meeste stemmen naar Wilders toe gingen waren Volendam en Venlo. Laten die twee steden nou niet zo’n grote allochtonen gemeenschap hebben. Verloedering vindt plaats in de grote steden. En zo komen we weer terug bij angst. Angst voor het onbekende. Die angst wordt aangepraat door media en politici maken hier gretig gebruik van. Desondanks denk ik dat Wilders-stemmers zich moeten aanpassen aan deze tijdgeest en allochtonen moeten pragmatischer worden. We hebben ze immers nodig.’
De angstige manier waarop tegenwoordig over migranten gesproken wordt, betekent een ommekeer in de Nederlandse samenleving. Tot lang heette Nederland immigranten immers altijd welkom, maar dat had een economische reden, aldus Buruma. ‘Vandaag de dag kun je beter als paard Nederland binnenkomen dan als immigrant’, zegt Van Reybrouck.
Rekenmachine nationalisme
‘Maar hoe kunnen we omgaan met populisme?’, vraagt Heijne. ‘De macht in Nederland is in handen van een hoogopgeleide bovenlaag. Tegenwoordig ben je een looser als je laagopgeleid bent. En in tegenstelling tot vroeger is deze groep helemaal niet georganiseerd. Populistische leiders vertolken nu de onderlaag.’ Buruma werpt tegen dat juist in de rijke delen van Vlaanderen en Italië het populisme is ontstaan. ‘Rijkdom is anders dan hoogopgeleid. Mensen die op Wilders hebben gestemd zijn prille welvaartsgenieters. Ze kunnen laagopgeleid zijn, maar omdat ze een goedlopende zaak hebben, hebben ze een bepaalde rijkdom verworven. Nu zijn ze bang om hun rijkdom te verliezen.’ Buruma: ‘We hebben hier met een rekenmachine nationalisme te maken, maar we beseffen ons niet dat als we immigranten tot ons vijand maken, we alsnog die welvaart kunnen verliezen.’ Van Reybrouck: ‘Dus hoe omgaan met
populisme? Vooral niet in paniek raken. Dat is niet verstandig. Ik vergelijk het populisme van nu met het socialisme van 120 jaar terug. Het kan alle kanten op. Als je kijkt wat het socialisme Oost-Europa heeft opgeleverd is het heel anders wat het West-Europa heeft opleverd.’
Dan eindelijk krijgt het publiek de kans om vragen te stellen. Een meisje uit de zaal vraagt zich af of mensen zich alsnog kunnen thuis voelen in Nederland nu er zoveel bezuinigd gaat worden en er een kabinet aanstaande is met PVV-gedoogsteun. Het antwoord van Buruma geeft het complexe element weer van het huidige populisme in Nederland. Buruma: ‘Wat opvalt is dat andere politici roepen dat Wilders mensen uitsluit, maar de Wilders-stemmers voelen zich ook buitengesloten. Maar op economisch gebied is hij niet rechts.’
Probleem is dat de de wereldvreemde linkse intellectueeltjes van hieronder het bij PVV-stemmers altijd weer zoeken bij het opleidingsniveau en zelden met zinnige argumenten komen. Jullie scheren alle PVV ers over 1 kam en zetten al deze kiezers weg.(waar heb ik dat eerder gehoord?) Bovendien heeft iemand met een laag opleidingsniveau net zoveel stemrecht als iemand met een hoog opleidingsniveau.
Grappig die reacties van de PVV tokkies in de trant van "ik moet helemaal niets." Ja ja maar de allochtoon moet voor jullie wel van alles en zelfs dan nog zullen jullie de allochtoon nooit als een volwaardige Nederlander zien. In jullie ogen zijn allochtonen of een stel criminelen en uitkeringtrekkers of (als ze een baan hebben) een stel banen inpikkers die de banen v.d. 'echte' Ned. stelen
De reacties maken wel weer het gedachtegoed van de PVV-stemmer duidelijk. Bovendien gebruiken ze het verkeerde werkwoord. Moeten i.p.v. kunnen.
Blabla verhaaltje. Ik moet helemaal niets.
Politiek correcte prietpraat. Wilders-stemmers moeten helemaal niets.