Dinsdag 30 oktober 2012 | Bart Top
Met het verdwijnen van deze instellingen komt er een eind aan een periode van ruim dertig jaar waarin specifieke organisaties, gericht op migrantengroepen een rol speelden.
De laatste zet in dit proces werd gegeven door de PVV die in 2010 in het gedoogakkoord met het kabinet Rutte I twee dodelijke stelregels liet opnemen:
Sindsdien is het hard gegaan. De ene na de andere instelling op het gebied van de diversiteit moet de poorten sluiten. De vraag is of dat erg is. Mijns inziens is daar een dubbel antwoord op te geven.
Om tot een evenwichtig oordeel te komen is het goed even terug te gaan naar het beleid waarbinnen een organisatie als MTNL kon opkomen. De meeste specifiek op minderheden gerichte instellingen ontstonden in de jaren tachtig onder invloed van het toenmalige minderhedenbeleid. Dat had als motto: ‘integratie met behoud van eigen identiteit’. Binnen dat beleid was er ruimte voor vormen van zelforganisatie van migranten op basis van hun gemeenschappelijke taal en cultuur.
Deze leuze is later uitgelegd als een pleidooi voor segregatie en wegkijken. Maar dat doet geen recht aan de feiten. Ook toen ging het om integratie, maar er was ruimte voor een omweg. Om met de antropoloog Thijl Sunier te spreken: in weerwil van alle rumoer van de laatste tien jaar over het multiculturalisme is er in Nederland nooit een echt multicultureel beleid gevoerd. De politiek van de jaren tachtig van de vorige eeuw was volgens Sunier ook al gericht op de assimilatie, de absorptie van de nieuwkomers. Men ging echter uit van een periode van overgang waarbinnen de eigen cultuur en eigen organisaties nog een rol speelden. Er werd migranten als het ware een psychologische uitweg geboden. Het idee was dat je door assimilatie op te leggen, onnodige weerstand wekt. Als migranten de tijd kregen in te burgeren zouden de scherpe culturele kanten vanzelf wel verdwijnen. Suniers stelling is dan ook: “Er is geen fundamentele koerswijziging vanaf de jaren tachtig tot nu, er is alleen een verandering in methodologie.”
Wat die methodologische kwestie is laat zich eenvoudig in één zin samenvatten: integreren, emanciperen, minderheden beter als groep, of als individu?
Binnen de eerste opvatting is het zinvol minderheden actief te ondersteunen bij organisatievorming en het creëren van eigen media en daarbinnen te bewaken dat deze gericht zijn op emancipatie.
Vanuit die gedachte ontstonden de migrantenomroepen, het onderwijs in eigen taal en cultuur, en de inspraakorganen van minderheden en werd een breed netwerk van zelforganisaties ondersteund. In de tweede opvatting is het echter beter directe eisen aan de individuele migrant te stellen en deze eventueel daarbij te ondersteunen.
Het Nederlandse beleid heeft in dertig jaar een volledige draai gemaakt van inzet op groepsemancipatie naar investeren in het individu. Het eindigt nu met de afbouw van organisaties. De plicht tot integratie wordt daarbij eenzijdig bij de individuele migrant neergelegd.
De lotgevallen van MTNL passen in deze ontwikkeling. In eerste instantie waren de ‘migrantentelevisies’ stedelijke omroepen met gescheiden redacties voor de verschillende minderheden. Daarna kwam een geleidelijke integratie van redacties tot stand binnen de latere organisatie MTNL, dat vervolgens langzaam doorgroeide naar een productiehuis ten behoeve van de traditionele omroepen op lokaal en nationaal niveau. De overname van een aantal makers door AT5 is zo bezien het sluitstuk van deze beweging naar integratie.
De geschiedenis laat zien dat integratie een lang proces is. De integratie van joden in Nederland besloeg bijna vier eeuwen, waarbij de individuele emancipatie pas het sluitstuk was - ware het niet dat de nazi’s en hun handlangers het resultaat van die vier eeuwen ontwikkeling vrijwel wegvaagden.
Omdat integratie dus generaties vergt is het moeilijk nu al te zeggen wat de rol van een organisatie als MTNL geweest is. Buiten kijf was het een kweekvijver voor journalistiek talent. Voor een enkeling als Ahmed Aboutaleb of Samira Bouchtibi was het de springplank naar een grote carrière. Journalistiek scoorde het minder dan wenselijk zou zijn. Op een uitzonderlijk programma na als de Marokkaanse Trouwma’s van programmamaker Samira el Kandoussi werden hete hangijzers vaak eerder in andere media aangesneden. Ook qua bereik kreeg MTNL in de traditionele rol het steeds moeilijker vanwege de concurrentie van nieuwe media.

De omvorming in de richting van een producent voor de algemene omroep leidde een late bloeiperiode in met een groter bereik, waar Anil Ramdas zijn laatste rol als presentator kon krijgen. Gezien de nog steeds magere diverse programmering bij veel omroepen, zelfs bij een Amsterdamse stadszender als AT5, is het te betreuren dat MTNL juist die producentenrol niet meer kan blijven vervullen.
Natuurlijk is Nederland in de 27 jaar van het bestaan van MTNL en zijn voorgangers veranderd. Een klassiek doelgroepenbeleid is alleen al niet meer denkbaar vanwege het steeds grotere spectrum aan nationaliteiten dat de weg naar Nederland gevonden heeft. Oost-Europeanen, Afrikanen en Aziaten hebben hun opwachting gemaakt naast de traditionele migratiegroepen. Die laatste zijn bovendien intern steeds verder versplinterd. De geboorte van nieuwe generaties heeft de wensen van de eerste generatie doen verstommen. Het mediagebruik van jongeren is bijna niet meer etnisch specifiek.
En daarmee lijkt de individuele aanpak getriomfeerd te hebben en de overbodigheid van specifieke organisaties aangetoond. Lijkt! Want de laatste tijd is er weer ruimte om te wijzen op het succes van de Nederlandse aanpak. Op heel wat parameters scoort de integratie van minderheden juist goed. Al is het populair om te zeggen dat dit eerder ondanks, dan dankzij het beleid uit het verleden zou zijn, er is evenveel reden om aan te nemen dat juist de ruimte voor emancipatie in eigen groep en de specifieke structuren die dat ondersteunden, geholpen hebben. Sterker nog, op allerlei terreinen stokt – nu dat beleid afgebroken is - de emancipatie de laatste jaren omdat veel migranten zich eerder geschoffeerd voelen, geminacht in hun geloof en culturele behoeften, dan gewaardeerd.
Op internet, maar ook in de vorm van studentenorganisaties, vindt al jaren weer een hergroepering plaats op basis van etnische afkomst. Die zal ook in de toekomst nog zijn vertaling vinden in nieuwe specifieke media.
Voor de geschiedenis van MTNL: kijk hier